De-wet

Doelstelling
De Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) is op 1 april 1994 in werking getreden. Per 1 april 1994 werden voorzieningen die gericht waren op het sociale vervoer en hulpmiddelen, zoals rolstoelen, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen, overgeheveld van de bedrijfsvereniging naar de Wet Voorzieningen Gehandicapten, die uitgevoerd wordt door de gemeente. Per 1 juli 1998 is de Wet Reintegratie Arbeidsgehandicapten (REA) in werking getreden. De Rea wordt uitgevoerd door Uitvoerinsgsinstellingen (UVI's).

Doel van de WVG is, dat mensen zolang mogelijk zelfstandig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.

Voorwaarden van de WVG zijn:

- voorzieningen worden alleen verstrekt als er een medische noodzaak voor is;
- de gevraagde voorziening moet langdurig noodzakelijk zijn;
- de voorziening moet individueel gericht zijn;

Verplaatsingsvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen worden meestal in bruikleen verstrekt, dat wil zeggen: bij overlijden of verhuizing naar een andere gemeente moeten de voorzieningen weer ingeleverd worden bij de leverancier. Ze blijven eigendom van de verstrekkende gemeente of leverancier. Alleen voorzieningen die aard- en nagelvast zijn (woningaanpassingen) hoeven bij overlijden of verhuizing niet ingeleverd te worden. Soms worden douche- en toiletstoelen in eigendom verstrekt, vanwege het hygiënische aspect. Dit is afhankelijk van het verstrekkingenbeleid van de desbetreffende gemeente.

Indien u een rolstoel in bruikleen heeft van de gemeente en u verhuist permanent naar een verpleeghuis, dan moet de rolstoel weer ingeleverd worden bij de gemeente! Het verpleeghuis is namelijk zelf verantwoordelijk voor hun AWBZ-verstrekkingen.

Indien u bijv. een roerende woonvoorziening in bruikleen heeft van de gemeente en u verhuist permanent naar een verzorgingshuis, dan zal deze roerende woonvoorziening ook weer ingeleverd worden bij de gemeente. Het verzorginsghuis is zelf verantwoordelijk voor verstrekking van bijv. een toiletstoel, douchestoel, etc. Voor verstrekking van rolstoelen en vervoersvoorzieningen heeft de gemeente tot dusver nog wel een zorgplicht.

Voorzieningen die gericht zijn op woon-werkverkeer of aanpassing van de werkplek zijn per 1 juli 1998 over- geheveld naar de REA. Aanvragen hiervoor kunnen worden ingediend bij Uitvoeringsinstellingen. Mensen die werkzaam zijn in het kader van de WSW of op een sociale werkplaats dienen voor vervoersvoorzieningen een aanvraag in te dienen bij hun werkgever, omdat de WSW en de Sociale Werkplaatsen eigen regelingen kennen m.b.t. vervoersvoorzieningen. Elke gemeente is vrij in zijn beleid en uitvoering van de WVG. Zo mogen gemeenten zelf bepalen of ze eigen bijdragen vragen voor voorzieningen en of ze bepaalde voorzieningen wel of niet in het verstrekkingenpakket opnemen. Het kan dus zijn dat gemeente X een eigen bijdrage vraagt voor een voorziening en gemeente Y, 5 km verderop, niet. Er zijn veel gemeenten die geen gesloten buitenwagens (Arola's, Canta's) of fietsen met hulpmoter (Spartamet) verstrekken. De WVG vergoedt alleen de goedkoopst adequate voorziening en voorwaarde voor verstrekking van een voorziening is, dat er sprake moet zijn van aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek, de voorziening individueel gericht is.

Er zijn ook voorzieningen die algemeen gebruikelijk worden geacht voor de persoon van de aanvrager, bijvoorbeeld centrale verwarming, fietsen, auto's e.d. Aanpassingen aan deze voorzieningen komen soms weer wel voor vergoeding in aanmerking. (Afhankelijk van plaatselijke gemeentelijke Verordening voorzieningen gehandicapten).

Overigens zijn gemeenten per 1 januari 2001 door de overheid verplicht een vorm van samenwerking na te streven met het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO). Dit houdt in dat sommige gemeenten per 1 januari 2001 hun medische adviezen zullen laten uitbrengen door het RIO. Ook kan het zijn dat bepaalde taken, die nu nog door WVG-consulenten worden uitgevoerd, eveneens overgeheveld worden naar het RIO. Dit zal echter per gemeente weer verschillend zijn. Gemeenten zijn in elk geval verplicht om bij woningaanpassingen boven de
€ 20.420,11 (ƒ 45.000) eerst advies te vragen aan een RIO.

Voorzieningen die onder de WVG vallen
De Wet voorzieningen gehandicapten kent de volgende voorzieningen:

1.Vervoersvoorzieningen:
Taxikostenvergoeding/vergoeding voor gebruik van eigen auto/collectief vervoer/Rolstoeltaxivervoer/begeleiding bij collectief vervoer.

Deze voorzieningen kunt u aanvragen bij de gemeente waar u woont, als u vanwege uw ergonomische beperkingen niet meer in staat bent te reizen met het openbaar vervoer (bus/trein/tram/metro). Als u de aanvraag heeft ingediend bij de gemeente, zult u waarschijnlijk op het spreekuur moeten komen van de medisch adviseur van de gemeente ( bijv. GGD,ZVN), die de gemeente adviseert over de medische noodzaak van verstrekking. Is de medisch adviseur van de gemeente van mening dat er een medische noodzaak is voor het verstrekken van een vervoersvoorziening, dan zal hij dit adviseren aan de gemeente. Daarnaast kijken sommige gemeenten of uw inkomen de inkomensgrens niet overschrijdt. De hoogte van deze inkomensgrenzen zijn verschillend en worden door de gemeente zelf vastgesteld. Het kan dus zijn dat er wel een medische noodzaak is, maar dat uw inkomen de 1,5 x WVG-norm overschrijdt (= 1,5 x de bijstandsnorm). In dit geval zal aan u waarschijnlijk geen vervoersvoorziening worden toegekend. Of in uw gemeente ook een inkomensgrens geldt, kunt u het beste informeren bij het bureau WVG.

Collectief vervoer (deeltaxi):deze voorziening geldt als de goedkoopst adequate voorziening, dat wil zeggen: Alleen als mensen vanwege hun ergonomische beperkingen niet met het collectief vraagafhankelijk vervoer (= deeltaxi) kunnen reizen, wordt een andere vorm van een vervoer verstrekt. Uiteraard geldt dit alleen voor gemeenten die beschikken over Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV). Vaak ligt bij gemeenten het primaat bij taxi of Collectief Vraagafhankelijk Vervoer. In dit geval wordt alleen een andere vorm van vervoer dan taxi of CVV aangeboden indien iemand vanwege zijn ergonomische beperkingen geen gebruik kan maken van de taxi.

Begeleiding bij collectief vervoer: als mensen gedurende het deeltaxivervoer vanwege hun beperkingen niet alleen kunnen reizen, wordt deze voorziening toegekend.

Per 1 juli 1999 is Traxx van start gegaan. Traxx regelt het bovenregionale vervoer. Voorwaarde is dat mensen dan zoveel mogelijk gebruik maken van het openbaar vervoer. Voor zover nodig is hulp beschikbaar bij het in- en overstappen. Als desondanks gebruik van het openbaar vervoer niet mogelijk is, kan worden gebruik gemaakt van een andere vorm van vervoer. Ook het vervoer van gehandicapte sporters van en naar wedstrijden valt onder deze voorziening. Traxx regelt en coördineert de reis. Gebruikers van Traxx betalen het normale tarief voor het openbaar vervoer. Voor aanmelding moet wel een medische verklaring worden overlegd. Dit is bijv. een verklaring van de huisarts of een kopie van de WVG-beschikking waarin de vervoersvoorziening is toegekend.

Partners: Als partners (man en vrouw, samenwonend stel) beiden een aanvraag indienen voor een vervoerskostenvergoeding in het kader van de WVG, zal bij een positief besluit nooit meer toegekend worden dan 1,5 x het taxibudget. Als partners altijd samen reizen, zullen zij ieder maximaal de helft van een volledig taxibudget krijgen. Hebben ze geen gezamenlijke vervoersbehoefte, dan zal ieder ten hoogste 75% van een volledig taxibudget krijgen.

Zorgtaxi: De taxikostenvergoeding of tegemoetkoming voor het CVV die verstrekt wordt in het kader van de WVG is bedoeld voor deelname aan het maatschappelijk verkeer, dat wil zeggen: het onderhouden van sociale contacten, e.d. en dus niet voor het vervoer van en naar de specialist en/of ziekenhuis. Heeft u echter een taxi nodig voor het vervoer van of naar een specialist of ziekenhuis, dan kunt u hiervoor bij uw zorgverzekeraar een aanvraag indienen. Indien dit toegekend wordt, zal een eigen bijdrage verschuldigd zijn. Indien u een minimum- inkomen heeft, worden deze kosten soms vergoed door de Bijzondere Bijstand.

Andere verplaatsingsmiddelen (vervoersvoorzieningen in natura)
Gesloten buitenwagen
Fiets met hulpmoter
Scootmobiel
Driewielfiets
Fiets met hulpmotor
Tandamet

Hiervoor geldt hetzelfde verhaal als bij rolstoelen. Alleen zijn er gemeenten die een gesloten buitenwagen en fiets met hulpmoter niet in hun verstrekkingenpakket hebben opgenomen, omdat zij dit algemeen gebruikelijk achten. Gemeenten mogen zelf bepalen of ze deze voorzieningen wel- of niet in hun verstrekkingenpakket opnemen. Daarnaast kan bij evt. verstrekking van een aangepaste fiets of fiets met hulpmoter een eigen bijdrage gevraagd worden, ter hoogte van een goede 2e hands fiets.

Autoaanpassingen
Als u een auto hebt en u heeft deze auto nodig voor al uw verplaatsingen vanwege uw ergonomische beperkin- gen, maar deze moet aangepast worden, bijv. omdat u de transfer naar de auto niet meer kunt maken, dan kunt u hiervoor eveneens een aanvraag indienen bij de gemeente. Als de medisch adviseur van de gemeente de aan- passing medisch noodzakelijk acht, dan worden de kosten hiervan vergoedt door de gemeente. Of er wel of geen eigen bijdrage verschuldigd is, hangt af van de verordening WVG van de betreffende gemeente. Overi- gens kan het primaat van de gemeente bij taxi liggen. Kunt u met de taxi reizen, dan zal er vaak geen autoaan- passing worden verstrekt. Ook moet men voor sommige aanpasingen een restrict (= aantekening op het rijbewijs) van het CBR hebben. Sommige aanpassingen, zoals bijv. automatische transmissie, zijn algemeen gebruikelijk en komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Indien de auto gebruikt wordt voor woon-werkverkeer, moet de aanvraag voor aanpassing van de auto ingediend worden bij de Uitvoeringsinstelling waarbij de werkgever is aangesloten!

Combinatie van collectief vervoer c.q. vergoeding voor gebruik van taxi/eigen auto en verstrekking van anders verplaatsingsmiddel zoals fiets met hulpmotor/scootmobiel:
Als u een vervoerskostenvergoeding ontvangt, zoals een financiële tegemoetkoming in de kosten van taxi- of Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) en u krijgt daarnaast een scootmobiel of ander verplaatsingsmiddel toegekend, dan kan het voorkomen dat er gekort wordt op het buget voor de vervoerskostenvergoeding. Dit hangt af van het beleid inzake de WVG van de betreffende gemeente. Ook dit is gemeentelijke beleidsvrijheid. Sommige gemeenten gaan er namelijk vanuit dat een scootmobiel of bijv. driewielfiets gebruikt kan worden voor de verplaatsingen over korte- tot midellange afstand en dat het taxibudget dan gebruikt kan worden voor verplaatsingen over langere afstand.

2. Rolstoelvoorzieningen:
Elektrische rolstoelen
Handbewogen rolstoelen
Trippelrolstoelen
Kinderrolstoelen
Sportrolstoelen

Als u beperkt bent in uw loopafstand als gevolg van aantoonbare beperkingen door ziekte of gebrek, en dit van permanente aard is kunt u bij gemeente een aanvraag indienen voor een rolstoel. U zult dan een oproep krijgen om op het spreekuur vande medisch adviseur van de gemeente te verschijnen. Deze medisch adviseur stelt dan de medische noodzaak vast. Vindt hij het medisch noodzakelijk dat aan u een rolstoel wordt verstrekt, dan zal hij een indicatie voor een rolstoel afgeven. Welke rolstoel,welk type en wel of niet aangepast, zal de ergono- misch adviseur van de adviesinstantie bepalen. Na het gesprek met de arts zal er bij een positieve indicatie voor een rolstoel nog een passing en selectie plaatsvinden door een ergonomisch adviseur. Na de passing en selectie ontvangt de gemeente het indicatie- en selectierapport van de adviesinstantie. In dit rapport is tevens aangegeven wat de goedkoopst adequate oplossing is. De gemeente vergoedt alleen de goedkoopst adequate voorziening. Wilt u echter een luxere rolstoel of een andere kleur dan is dat vaak wel mogelijk; in dit geval moet u de meerkosten van de duurdere voorziening ten opzichte van de goedkoopst adequate voorziening zelf betalen.

Wordt de rolstoel door de gemeente toegekend, dan zal deze meestal in bruikleen worden verstrekt, dat wil zeggen: U moet een bruikleenovereenkomst ondertekenen, de rolstoel blijft eigendom van de gemeente of de firma waar de gemeente een contract mee heeft afgesloten, maar wordt aan u in bruikleen verstrekt, en in geval van overlijden, verhuizing naar een andere gemeente of vervanging van de rolstoel, zal de bruikleenovereen- komst worden beëindigd en zult u de rolstoel weer terug moeten geven aan de gemeente of leverancier.

De gemeente betaalt voor hulpmiddelen meestal maandelijks huur aan de leverancier van hulpmiddelen waar zij een contract mee heeft afgesloten. Voordeel van een rolstoel in bruikleen is, dat evt. onderhoud of reparaties, die niet door eigen toedoen ontstaan zijn, ook voor kosten van de gemeente zijn.Voor het leveren van hulpmiddelen heeft de gemeente meestal een kontrakt afgesloten met een leverancier voor hulpmiddelen.

Sportrolstoel
Indien u rolstoelgebonden bent en een sport uitoefent, kunt u een aanvraag indienen voor een sportrolstoel. Nadat u de aanvraag heeft ingediend,zult u een bewijs van lidmaatschap van een (gehandicapten)sport verenig- ing moeten overleggen en een offerte van de gewenste rolstoel. U krijgt dan een forfaitair bedrag toegekend voor aanschaf,reparatie en onderhoud van een sportrolstoel. Meestal wordt dit bedrag toereikend geacht voor een periode van 3 jaar. In sommige gevallen kan de gemeente besluiten advies te vragen aan haar medisch adviseur.

Rolstoelaccessoires
Indien u rolstoelgebonden bent en bijv. een schootskleed,voetenzak of stokhouder nodig heeft t.g.v. uw handicap, dan kunt u hiervoor ook een aanvraag indienen bij de gemeente. Ook dit zijn voorzieningen die onder de WVG vallen. Aangepaste regenkleding wordt meestal algemeen gebruikelijk geacht en dus niet vergoedt, maar dit is ook weer per gemeente verschillend. Dit kan ook gelden voor schootskleden en voetenzakken.

3.Woningaanpassingen
Als u vanwege uw ergonomische beperkingen problemen ondervindt, die het normale gebruik van de woning belemmeren, dan kunt u bij de gemeente een aanvraag indienen voor een woningaanpassing. Hierbij kunt u denken aan bijv. niet meer of zeer moeilijk trap kunnen lopen en daardoor niet meer de bovenetage kunnen bereiken waar evt. de slaapkamer of de badkamer is. Of mensen die problemen ondervinden bij het opstaan/gaan zitten van c.q. op het toilet. Of de gemeente heeft aan u een scootmobiel verstrekt, maar uw garage moet verbouwd worden, omdat u anders uw scootmobiel niet kunt stallen of niet uit de garage kunt rijden. Of u bent rolstoelgebonden geraakt en de woning moet hiervoor aangepast worden. Nadat u hiervoor een aanvraag heeft ingediend bij de gemeente, zal de medisch adviseur van de gemeente bij u op huisbezoek komen om de medische noodzaak vast te stellen. Het gebeurd dan vaak dat er daarna een ergonomisch adviseur in opdracht van de medisch adviseur eveneens bij u op huisbezoek komt. Is er een positieve indicatie, dan zal de gemeente aan de woningeigenaar (woningstichting, verhuurder) opdracht geven een kostenraming te maken van de geïndiceerde aanpassing(en). Indien u in een huurwoning woont, zal de aanpassing vaak uitgevoerd worden door de woningstichting.

Bij een eigen woning vragen gemeenten vaak aan cliënten om - bij een positieve medische indicatie - vaak minimaal 2 offertes van verschillende aannemers of bouwbedrijven - in te dienen met gespecificeerde kostenramingen. De gemeente legt deze kostenramingen voor aan haar bouwtechnisch adviseur, die vaststelt wat de goedkoopst adequate offerte is. U krijgt vervolgens schriftelijk van de gemeente bericht welke aanpassingen worden toegekend, of er een eigen bijdrage geldt,wat de (voorlopig) goedgekeurde kosten zijn en van welke firma de offerte goedgekeurd is. U dient dan zelf aan de aannemer opdracht te geven de woningaanpassing uit te voeren.

Nadat de aanpassingen zijn uitgevoerd, moet u een gereedmeldingsformulier bij de gemeente indienen met een gespecificeerde factuur. Na controle en goedkeuring van de gereedmelding zal de gemeente de tegemoetkoming in de kosten van de woningaanpassing aan uzelf overmaken. U dient dit bedrag dan vervolgens zelf te betalen aan de aannemer.

Alleen aanpassingen in primaire ruimten (leefruimten) zullen worden aangepast. Zo zal een aanvraag voor aanpassing van een hobbyruimte op zolder worden afgewezen, omdat dit geen primaire woonruimte is.

Aangepaste kranen (eenhendelmengkranen, thermostatische kranen) worden vaak niet vergoedt door de WVG omdat deze als algemeen gebruikelijk geacht worden voor de persoon van de aanvrager. Aangepaste kranen zijn immers bij vrijwel iedere bouwmarkt vrij verkrijgbaar. Gemeenten verstrekken soms nog wel aangepaste kranen indien er sprake is van (ernstige) artrose en sensibiliteitsstoornissen.

Bent u niet gehandicapt en woont u in een aangepaste woning met bijv. traplift, dan kennen veel gemeenten ook een vergoeding toe als u die woning vrijmaakt voor een gehandicapte. Informeer hiervoor bij de gemeente waar u ingeschreven bent.

Meestal geldt er een eigen bijdrage voor woningaanpassingen, als het gezamenlijke inkomen boven 1,5 x de bijstandsnorm ligt (= 1,5 x WVG-norm). Deze eigen bijdrage kan ook weer verschillen tussen gemeenten.

Overigens zijn woningaanpassingen boven de ƒ 45.000,- per 1 april 2000 van het College van Zorgverzekeraars (Ziekenfondsraad) overgeheveld naar de gemeenten (WVG). De gemeenten zijn bij aanpassingen boven de € 20.420,11 (ƒ 45.000) verplicht om eerst medisch advies te vragen aan het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO). Het RIO gaat bekijken of op de langere termijn een evt. aanpassing van de woning of een permanente opname in een AWBZ-instelling de goedkoopst adequate oplossing is.

Uiteraard worden alleen die aanpassingen uitgevoerd, waar een medische indicatie voor is. Laat u bijvoorbeeld extra aanpassingen uitvoeren waar geen indicatie voor is, dan zult u deze zelf moeten betalen. Dit geldt ook voor meerkosten voor een afwijkende kleur, e.d.

Per 1 januari 2000 vallen uitraaskamers ook onder WVG. Indien het medisch noodzakelijk is dat uw huis wordt aangepast d.m.v. een uitraaskamer voor bijv. uw verstandelijk gehandicapte kind, dan kan hiervoor eveneens een aanvraag worden ingediend bij de afdeling WVG van uw woonplaats.

Indien aan u een traplift verstrekt is in het kader van de WVG, zal er vaak een onderhoudscontract afgesloten worden met de trapliftfabrikant. De gemeente heeft er immers belang bij dat de traplift in goede staat blijft. Nota's voor onderhoud en reparaties kunt u dan bij de gemeente indienen. Deze zal ze vergoeden vanuit de WVG.

Tegenwoordig zijn er ook gemeenten die trapliften soms in bruikleen verstrekken. Dit kan vooral aan de orde zijn als de gehandicapte eigenaar is van de woning. De traplift blijft eigendom van de trapliftfabrikant en bij overlijden of verhuizing zal de traplift weer ingeleverd moeten worden bij de trapliftfabrikant. De gemeente betaalt in dit geval huur aan de trapliftfabrikant voor de traplift. Reparatie en onderhoud van de traplift is in dit geval voor rekening van de trapliftfabrikant.

Primaat van verhuizing: Er zijn gemeenten die het primaat van verhuizing adequaat stellen boven woningaan- passing, dat wil zeggen: Als een woning moeten worden aangepast boven een bepaald bedrag ( dit is afhankelijk van de betreffende gemeente), kan de gemeente u een verhuiskostenvergoeding toekennen als u kiest voor ver- huizing naar een adequate woning (= gelijkvloerse woning, bereikbaar zonder traplopen, of rolstoeltoegankelijke woning). Als dit in de gemeentelijke verordening is opgenomen, kan dit betekenen, dat als u niet kiest voor verhuizing, de aanvraag voor woningaanpassing wordt afgewezen en u dus ook geen verhuiskostenvergoeding ontvangt. Soms zijn woningen technisch gezien niet aan te passen, of worden bij aanpassing niet alle ergono- mische belemmeringen opgeheven. In dit geval zal eveneens een verhuiskostenvergoeding worden toegekend als u verhuist naar een adequate woning. Het primaat van verhuizing wordt door gemeenten soms toegepast bij bijv. aanvragen voor trapliften.

Losse woonvoorzieningen
Het kan zijn dat u een aanvraag heeft ingediend voor een woningaanpassing, maar dat er nog losse hulpmidde len nodig zijn, bijv. toiletstoelen, douchestoelen, tilliften en badliften. In dit geval zal de gemeente deze meestal ook in bruikleen verstrekken en geldt dezelfde procedure als bij de aanvraag voor een rolstoel. Toiletstoelen worden soms in eigendom verstrekt, vanwege het hygiënische aspect. Sommige gemeenten kennen ook losse woningvoorzieningen in eigendom toe en in dat geval geldt er dan soms een eigen bijdrage. Dit is dan afhankelijk van uw inkomen en de gemeentelijke Verordening voorzieningen gehandicapten.

Woningsanering
Als u last heeft van CARA (astma e.d.) en u heeft hierdoor problemen die het normale gebruik van de woning belemmeren, denk bijvoorbeeld aan bepaalde vloerbedekking, gordijnen, e.d, dan kunt u bij veel gemeenten een aanvraag indienen voor woningsanering i.v.m. CARA. Na het indienen van de aanvraag zal de gemeente advies vragen aan haar medisch adviseur, zult u op diens spreekuur moeten komen en zult u soms bezoek krijgen van een CARA-verpleegkundige van de medisch adviseur. Als de woningsanering medisch noodzakelijk wordt geacht, kunt u een vergoeding tot een bepaald bedrag krijgen voor vervanging van vloerbedekking en/of gordij nen, tot maximaal het bedrag dat in de gemeentelijke verordening vermeldt staat. Geen vergoeding wordt toe- gekend als de vloerbedekking al is afgeschreven of versleten en of u redelijkerwijs had kunnen weten allergisch te zijn voor de huidige vloerbedekking en/of gordijnen. Vloerbedekking en gordijnen die ouder zijn dan 8 jaar, komen niet meer voor vergoeding in aanmerking.

( bijv: Bij u is 10 jaar geleden vastgesteld dat u bekend met CARA. Drie jaar geleden heeft u een wollen tapijt aangeschaft in de woonkamer. U dient nu een aanvraag in bij de WVG voor vervanging van deze vloerbedek- king vanwege uw CARA. De aanvraag zal dan door de gemeente worden afgewezen. U had immers redelijker- wijs kunnen weten allergisch te zijn voor het wollen tapijt).

Ook voor een tegemoetkoming in de kosten van vervanging van vloerbedekking en/of gordijnen kan een eigen bijdrage door de gemeente worden gevraagd. Sommige gemeenten kennen overigens geen tegemoetkoming in de kosten van vervanging van gordijnen toe.

Indien de gehandicapte jonger is dan 4 jaar, dan komt naast de slaapkamer tevens de woonkamer in aanmer- king voor sanering, mits het hier ook vervanging van niet-synthetische materialen betreft en er nog geen sprake is van slijtage van de vloerbedekking en/of gordijnen.

Rolstoeltapijt: Indien u rolstoelgebonden bent en het is medisch noodzakelijk dat de huidige vloerbedekking vervangen wordt door rolstoeltapijt, dan kunt u hiervoor eveneens een aanvraag indienen bij de WVG. Er zal dan o.a. gekeken worden naar de leeftijd van de huidige vloerbedekking en de medische noodzaak.

Verhuiskostenvergoeding
Als u een aanvraag heeft ingediend voor een woningaanpassing en deze medisch noodzakelijk geacht wordt door de medisch adviseur, maar de huidige woning onmogelijk adequaat kan worden aangepast, kunt u evt gaan verhuizen naar een adequate woning*.

Als u dit doet, moet u voor dat u verhuist een aanvraag indienen bij de gemeente. De gemeente bekijkt dan of de verhuizing medisch noodzakelijk is en of de nieuwe woning adequaat voor u is. Is dit het geval, dan zal een verhuiskostenvergoeding aan u worden toegekend. De hoogte hiervan staat vermeldt in de gemeentelijke ver- ordening. Overigens wordt de vergoeding pas uitbetaald

- als u daadwerkelijk verhuist bent en de nieuwe woning adequaat wordt geacht. Wilt u meer informatie hierover, dan kunt u kontakt opnemen met de afdeling Sociale Zaken van de gemeente waar u ingeschreven staat of, indien er een Bureau Voorzieningen Gehandicapten is, met het Bureau Voorzieningen Gehandicapten.

Als u een aanvraag indient voor een verhuiskostenvergoeding na de datum van verhuizing, wordt de aanvraag meestal afgewezen, omdat u dit had moeten doen voor de datum van verhuizing. Voor een tegemoetkoming in de kosten van verhuizen en (her)inrichting, geldt geen eigen bijdrage.

Indien u in de nieuwe, adequate woning nog kleine aanpassingen nodig heeft (bijv. een beugel bij het toilet, verhoogd toilet, beugels in douche), dan wordt dit soms ook vergoedt door de gemeente, zij het dat er dan ook een eigen bijdrage kan gelden.

* Een adequate woning is een woning, gelijkvloers en bereikbaar zonder traplopen of een rolstoeltoegankelijke woning.

Geen verhuiskostenvergoeding wordt toegekend indien:

- in de te verlaten woning geen ergonomische belemmeringen worden ondervonden die een verhuizing nood- zakelijk maken;
- de gehandicapte voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
- de gehandicapte verhuist naar een AWBZ-inrichting of verzorgingshuis;
- de gehandicapte verhuist naar een niet-zelfstandige woonruimte (kamerbewoning, etc).
- de gehandicapte verhuist naar een woonruimte die niet geschikt is voor permanente bewoning (zomerhuisje, vakantiewoning, etc.)

Overige aanpassingen binnen de WVG
Indien u uw hoofdverblijf heeft in een binnenschip of woonwagen, en u ondervindt belemmeringen in het normale gebruik hiervan vanwege uw ergonomische beperkingen, dan kunt u hiervoor eveneens een aanvraag indienen voor aanpassing.

Voorzieningen die onder de AWBZ vallen
Niet alle voorzieningen voor gehandicapten vallen onder de WVG. Veel voorzieningen vallen onder de Wet Algemene Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), die uitgevoerd wordt door de zorgverzekeraars. Aanvragen hiervoor moet u dus niet bij de gemeente, maar bij de zorgverzekeraar indienen, waar u als verzekerde ingeschreven staat.

Voorzieningen van de AWBZ:
Aangepaste tafels
Aangepaste stoelen
ADL-assistentie
ADL-clusterwoning
ADL-unit
Alarmeringsapparatuur
Alarmintercomsysteem in ADL-clusters
Allergeenvrije matras/kussenhoezen
Bedden is speciale uitvoering
Losstaande bedgalgen
Bedportalen
Bedverkorters/verlengers
Blindentaststokken
Brillen
Gehoorhulpmiddelen
Aangepaste communicatie-apparatuur
Gezichtshulpmiddelen
Loophulpmiddelen
Rollators
Prothesen
Teksttelefoon
Telefoneerhulpmiddelen
Transferbed
Vervoer naar ziekenhuis
Wek- en waarschuwingsinstallaties
Verzorgingshulpmiddelen
Elastische kousen
Sta-orthese

Bijzondere Bijstand
Als u een inkomen heeft op minimum-niveau, kunt u voor bepaalde kosten, die verband houden met uw handicap en die niet vergoed worden door de AWBZ, WVG of Uitvoeringsinstelling, een aanvraag indienen voor Bijzondere Bijstand voor deze kosten. Te denken valt aan extra stookkosten t.g.v. uw handicap, extra bewassings- of slijtagekosten, extra beddengoed, eenvoudige dieetkosten. Hiervoor kunt een een aanvraag indienen bij de afdeling Sociale Zaken of de Sociale Dienst van uw woonplaats.